Wij niemandsrozen

Tachtig euro vind ik een astronomisch bedrag voor een boek. Maar omdat ik datzelfde bedrag tijdens één nachtdienst verdien, en ik trots ben dat ik m’n eerste nachtdiensten goed doorgekomen ben, gun ik mezelf – als een vervroegd Sinterklaascadeau – een dik overzichtswerk gewijd aan de schilderijen van Anselm Kiefer. Die schilderijen zijn soms metersbreed en metershoog, zodat een boek van grote afmetingen geen overbodige luxe is. Behalve met dikke lagen verf bewerkt Kiefer zijn doeken ook met materiaal dat uitsteekt, zoals stro, gedroogde bloemen, jurken, veren en metaal. Op de reusachtige reproducties in mijn nieuwe boek komt de textuur van al die klodders, sprieten, lappen stof en staven behoorlijk goed tot z’n recht, hoewel je van Kiefer pas écht een indruk krijgt als je oog in oog met één van z’n doeken staat.

Lees verder “Wij niemandsrozen”

Androgyne wezens

Jongemannen – androgyne wezens met hoeken én rondingen, gespierd én aaibaar.
Als kinderen zo speels en dromerig, als jonge meisjes zo wulps en zachtaardig.
Maar minder behaagziek, vaker fronsend, plannen makend, in de verte starend.
Een geleidelijk ontluikend besef van de eigen vrijheid, eenzaamheid en kracht.

Écht mooie vrouwen

Wie vind je nou écht mooie vrouwen, vraagt iemand mij. Ik noem verschillende modellen uit de jaren ’60 tot en met ’90, toen uitgesproken neuzen en monden nog toegestaan waren en oneffenheden niet volkomen weg werden gepolijst. Toen mooie vrouwen in de media, kortom, nog karakter mochten hebben en iets onvolmaakts, waardoor je je hun – zelfs met photoshop onbereikbare – perfectie voor kon stellen in je fantasie.

Lees verder “Écht mooie vrouwen”

Hoofd boven water

Het hoofd boven water houden, daarover gaat het werk van de Cubaanse kunstenaar Kcho. Leven is zigzaggend over kronkelriviertjes varen in een kronkelige boot, zich beschermd wanen in een huis als reddingsboei tegen de woestheid van de levenszee, waarvan de wanden – als het er op aankomt – wrakhout gelijken. Alles wat wij bouwen is uit wrakhout opgetrokken, omdat het tijdelijk is en meestal niet langer dan enkele decennia of eeuwen standhoudt. Zelfs een muziekinstrument, dat ons uittilt boven onze levensstrijd en eventjes de eeuwigheid doet raken, is van schroot gemaakt, getuige Kcho’s krakkemikkige piano.

Lees verder “Hoofd boven water”

Bevriende vrouwen

Mijn beste vriendinnen zijn allemaal dood; ik ken ze slechts via hun nagelaten romans, dagboeken en brieven. De eerste was Belle van Zuylen, die ik als achttienjarige studente op kamers in Utrecht leerde kennen. Belle had tweeëneenhalve eeuw eerder net als ikzelf aan de Universiteit van Utrecht gestudeerd, al stond zij niet officieel ingeschreven en nam zij achterin de collegezaal plaats, mogelijk zelfs achter een gordijntje, om haar mannelijke collegastudenten niet af te leiden. In het geheim correspondeerde Belle met een twintig jaar oudere man, met wie zij van gedachten wisselde over de verlichte opvattingen die vooral in Frankrijk opgang maakten. Het stiekeme van hun relatie maakte Belle, die tot diep in de nacht brieven aan Constant d’Hermenches zat te schrijven, ongetwijfeld nog verliefder. Maar d’Hermenches was al getrouwd, en was vanwege zijn reputatie als rokkenjager niet iemand die zij – een jongedame uit het aanzienlijke geslacht Van Tuyll van Serooskerken – openlijk mocht ontmoeten.

Lees verder “Bevriende vrouwen”